De kunst van Annie Derkinderen ligt vervat in de bewustwording van de kijkende blik, waarvan zij de beleving componeert als taferelen uit de herinnering in al zijn vluchtige en beweeglijke schakeringen. Handig stapelt zij die verbrokkelde vormflarden en kleurvolumes, schuift ze in en door elkaar als een golvende bedsprei van aan elkaar genaaide lapjes patchwork en doet hen letterlijk samen dansen. Muziek voor het oog, uiterst subtiel en veeleisend, doch verbazingwekkend levendige en concrete kunst, waarin de ruimte zichzelf schept terwijl we toekijken. Het zijn landschappen zoals je ze met bijna gesloten ogen voor je ziet : leeg en onbestemd, gebalde stilte, anoniem maar oh zo veelzeggend. De kunstenares biedt ons de buitelende vlakken en vormen aan zonder noemenswaardig perspectief. Haar wereld lijkt constant in wording, te groeien, te verschuiven, te verdwijnen in een fluïdum, een magnetisch veld van aantrekken en afstoten. Haar landschap danst op een breuklijn, de rand van de wereld, waar de aardkorst breekt, hete lava stroomt en stolt, stoom opstijgt, slierten damp die ons het kijken bezoedelen. Een zekere mystiek daarbij is de kunstenares niet vreemd, extra benadrukt door de bonte wisseling van lyrisch geborstelde monochrome kleurvlakken en een schichtig en snijdend lijnenspel.
(F.Huylenbroeck)
|

|