Het narratieve werk van Jan Van Sande moet gelezen worden als een directe, em-otionele en picturale neerslag en reactie op de hem omringende wereld. In kunsthisto-rische context kan men dit werk plaatsen in het verlengde van de L'Art Brut (ruwe of onbewerkte kunst, een term die Dubuffet gebruikte als benadering van de spontane kunst van psychisch gestoorden en marginalen), met figuren als Wols en Chaissac, die het "levensdrama bloot legden als een open wonde", met de vitaliteit en de heftigheid van de Duitse Neue Wilden met boegbeelden als Immendorf, Fetting, Penck en Polke, met de straatcultuur van de op muren en metrotreinen gekalkte graffiti door New-yorkse schilders als Basquiat en Haring, met de Figuration Libre in Frankrijk rond Blanchard, Boisrond, Combas en Di Rosa, een uiting waarbij de strip nooit veraf was. Jan Van Sande is zich terdege bewust van deze evolutie in de kunst en heeft zich een eigen beeldtaal toegeëigend. Hij schildert bewust verhalen. Elk werk is dan ook een relaas in beeld van of een commentaar op een waargenomen situa-tie, uitspraak, opvatting, manie, mode en/of obsessie.
(F.Huylenbroeck) |

De pianovirtuoos” – acryl en gouche |