Hoe het is

 

Finissage - 25 maart 2018 

Net zoals de Ierse toneelschrijver Samuel Beckett – naar wie de titel van de expositie verwijst – het leven op een onverbloemde wijze beschreef, zo hebben de drie exposanten Louise Chevalier, Lucienne Stassaert en Maarten Embrechts hun plastisch uitgangspunt: Zo is het en niet anders op strikt persoonlijke wijze verdedigd. In zijn verwelkoming verwees curator Freddy Huylenbroeck dan ook naar de l’état de l’âme van het drietal, naar de gelaagdheid van hun geestverwant oeuvre dat straks, na sluiting van de expositie, enkel nog zal overleven als een uitgesproken verhaal, als een archiefstuk waarvan enkele foto’s, knipsels en drukwerk later de herinnering hieraan ietwat in de goede richting zou kunnen sturen. De klassieke stelling van kwetsbaarheid, vergankelijkheid en verdwijnen kreeg in hun werk zowel gestalte als spiegelbeeld.

En daarmee raakte de samensteller van de tentoonstelling ook de essentie van de dichtbundel van Maarten Embrechts aan. Uitgaand van de aantrekkingskracht van de cover van een boek als belangrijkste visitekaartje, maakte hij de vergelijkende overstap naar de nieuwe bundel van de dichter, filosoof en beeldend kunstenaar Embrechts. Hier geen foto, noch prent of tekening als bevalligheidsfactor, wel een raadselachtige titel: Letters in mijn hof, typografisch wit gezet op een veld van smaragdgroen, sinds mensenheugenis beschouwd als de koning van de edelstenen. Deze derde bundel van de door critici omschreven literaire laatbloeier verwijlt eveneens in sferen van gemis, afwezigheid en dood, in dingen die voorbijgaan waarvan hij als een archeoloog van het woord finaal toch enkele sporen wil bewaren. Woord en beeld reiken de schrijver een aantal handzame krukken aan om overeind te kunnen blijven in het theater van het leven. Literair en plastisch zit hij gevangen in een nostalgische tweespalt: een verlangen naar een wereld waarin de letter van het alfabet samenvalt met de zielskracht van het beeld. 

Deze stelling werd bijgetreden door Lucienne Stassaert, kunstenares op diverse fronten die als geen ander de existentialistische signatuur verwoordt. In haar beschouwing vergeleek zij de zes cycli uit de bundel met een suite of partita in de muziek. Maar ook het statement van filosofe Hannah Arendt: "Een volledig leven is alleen mogelijk als je het leven in de verbeelding herhaalt” is volgens Stassaert onderhuids sterk aanwezig. Haar analyse was dan ook dat deze poëzie als kamermuziek op de rand van de stilte klinkt, terwijl de stilte in zijn schilderijenreeks Witte kamers heel beklemmend werkt.

De auteur zelf las enkele gedichten uit de nieuwe bundel voor en hierop inspelend bracht hoboïst Jan van den Broeck een drietal improvisaties. Beeld, woord en muziek kregen hierdoor eventjes het status van een zielsverwant triumviraat.